Lycurgus mag wel eens een prijzenkast gaan timmeren

Foto's: (c) SAMEN. Lycurgus, met dank aan Theo Sikkema

Met een paar forse schokken is de sportwereld, 'all over the world', tot stilstand gekomen. Toen het eerste corona-offensief - 2020 was nog maar net aan begonnen - vanuit de Chinese stad Wuhan werd gemeld, werd dat nog voor kennisgeving aangenomen. Dat was een ver van mijn bed-ramp. Terwijl het virus zich onzichtbaar, maar bovenal ook onstuitbaar in oostelijke richting verplaatste, werd hier nog onbekommerd en volop gesport. Het zou allemaal niet zo'n vaart lopen, met dat Covid-19. Wel dus!

Op 12 maart, ik weet nog goed want het was mijn verjaardag, gingen hier echter ook alle seinen in één keer op rood. Er was geen ontsnappen meer mogelijk. Terwijl de sportgemeenschap zich zo zachtjes aan ging opmaken voor het verdelen van de prijzen, trapte premier Rutte vol op de rem. Gans het raderwerk, incluis het sportieve, stond in één klap stil.

Inmiddels zijn we twee maanden verder en staan we als sportvolk nog steeds stil. Waar Rutte langzaam maar zeker de sociale en economische boel weer een beetje op gang probeert te brengen, is de topsport nog steeds een taboe. Voor hoe lang weet niemand nog. Eerst moet er een vaccin tegen deze pandemie zijn, zei minister van volksgezondheid Hugo de Jonge. Ja, en dat kon nog wel eens één tot twee jaar duren.

En dus worden er weinig prijzen uitgereikt, dit sportjaar. Geen gouden Olympische medailles, geen Europese voetbaltitel, geen landskampioenschappen en wat dies meer zij. Eén van de weinige clubs die nog een beker van betekenis in de wacht kon slepen, is SAMEN. Lycurgus. De Groninger volleybaltrots kon zondag 16 februari, toen het coronavirus onze grenzen nog net niet had bereikt, op de valreep nog een mooie beker in haar prijzenkast bijzetten.

Hoewel......? Heeft Lycurgus eigenlijk wel een prijzenkast. Ik kom regelmatig in het Alfa College, maar een vitrine waarin al het eremetaal van de Blue Army glimmend en wel staat te pronken, heb ik er nog nooit gezien. Terwijl er inmiddels al flink wat prijzen zijn vergaard. Mijn privéstatisticus Jan A. van der Veen heeft ze geturfd: negen in totaal. En dat in een tijdsbestek van nog geen vijf jaar. De eerste trofee was de Supercup in 2015. Die werd nadien nog drie keer (2016, 2017 en 2018) buitgemaakt. Ook zijn er twee nationale bekers (2016 en 2020) veroverd. Maar de meest waardevolle prijzen zijn toch de drie bokalen die aan een landstitel refereren: in 2016, 2017 en 2018. Een heuse trilogie dus.

En dat voor een club die tot 2015 op nog geen geen platte prijs kon bogen. Toen Lycugus nog door het Groninger sportleven ging als de club waarmee het NOOIT wat zou worden. Het was een stelling die door mij ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd geponeerd. Niemand, Lycurgus' huisjournalist Sebo Gankema na, had het lef er iets tegen in te brengen. Maar, daar ben ik nu ook wel achter, zeg nooit NOOIT in de sport. Ik heb mijn mea culpa dus moeten maken. Jammer dat Sebo dit niet meer heeft mogen meemaken. Maar wat zal hij hebben geglommen in de hemel. En nóg denk ik, want Lycurgus heeft zich sindsdien opgewerkt tot één van de paradepaardjes van de stad-Groninger topsport. Laat dat dan ook zien, zou ik zeggen.

Anders gezegd, het wordt nu toch wel eens tijd dat Lycurgus voor al dit eremetaal eens een prijzenkast laat timmeren. Er zijn in Groningen best timmerlui te vinden die zo'n kast in elkaar kunnen zetten. En, geachte bestuursleden, vergeet er niet bij te zeggen dat het kast moet worden die op uitbreiding van het prijzenpakket moet worden gefabriceerd. Want de sterren staan gunstig voor de toekomst. De komende jaren zie ik Lycurgus met de regelmaat van de klok Grote Prijzen winnen.

Het wachten is slechts op het verdwijnen van het spook Corona.