Tussen hoop en vrees

Door: Eddy Kiemel

Het gebeurt nogal eens dat een atleet iets zegt in de trant van:  “Ik hoop dat ik de komende race een goede prestatie lever”, of woorden van gelijke strekking. Meestal antwoord ik dan direct: “hoop is vrees”. Met daarbij iets toegevoegd met als strekking dat hij toch goed voorbereid is, vertrouwen mag hebben en nergens bang voor hoeft te zijn.

Maar dit zou natuurlijk ook moeten gelden voor de coach. Je hebt goede jaren en je hebt minder goede. Soms heb je een superjaar en gaat alles vanzelf, en begin je te denken dat je eindelijk hebt uitgevonden hoe het moet. Een jaar later blijkt dat dan wel weer wat mee te vallen met die genialiteit. Logischerwijs staan tegenover die superjaren ook enorm slechte jaren. 

Dit jaar lijkt er zo eentje te worden. Het aantal blessures en niet fitte atleten is enorm, zo ongeveer de helft. Dat is zelfs voor een blessuregevoelige sport als atletiek enorm. Normaal zitten we op zo’n 20 procent. En dan begin je je als coach af te vragen: “wat heb ik fout gedaan, kan ik het nog wel?”

Dan zet je alle blessures op een rijtje, en blijkt er geen rode draad te zijn. Ongelukje in de krachtruimte, enkelband gescheurd tijdens het warmlopen in het park. Zaken waar je als coach even geen invloed op hebt, maar wel een seizoen om zeep helpen. En dan is er een aantal pijntjes, net op het verkeerde moment waardoor topprestaties op dit moment uitblijven. Daarvan hoop ik dat het in de komende weken alsnog goed komt, maar ik vrees…

Mijn houvast in bange dagen zijn de atleten die wel fit zijn. Die lopen gelukkig dan wel weer goed. Niek Blikslager, toch iemand die al jaren bij ons team zit, heeft het seizoen van zijn leven. Hij heeft elke wedstrijd nog een persoonlijk record gelopen en klopt nu echt op de deur van de nationale top. Bram Buigel die op de Universiade een geweldige prestatie levert, Hij miste op een haar na de finale, maar wel met een geweldig persoonlijk record. En zo zijn er nog een paar meer. Met de nadruk op paar. 

En als dan over anderhalve week de nationale kampioenschappen voor de deur staan zou dit zomaar eens een kampioenschap zonder medailles kunnen worden. Ik kan met niet herinneren wanneer dat voor het laatst is gebeurd. En dan wordt dit misschien na vele goede jaren een balansjaar, zo eentje die je liever niet hebt.

Is er dan helemaal geen hoop. Zeker wel. Als Bram Buigel, Leonie van Vliet en Niek Blikslager podium halen tijdens het NK, en dat kan. En als Thijmen Kupers zich in augustus alsnog weet te kwalificeren voor de wereldkampioenschappen en daar goed loopt, dan kijk ik aan het eind van het seizoen misschien wel terug op een normaal goed, heel goed of zelfs super goed jaar. Dat is de dunne lijn tussen “succes and failure”, tussen hoop en vrees. 

Ondertussen denken wij hard na over het we het volgend jaar weer beter kunnen doen, hoe we ongelukken kunnen voorkomen, en volgend jaar wel iedereen topfit hebben. Voor nu hoop ik dat alles alsnog op z’n plaats valt, maar ik vrees…


Eddy Kiemel

Over Eddy Kiemel

Hij werd in 1991 NK op de 800 meter. Verderop in het leven bekwaamde hij zich als atletiektrainer. Sedert jaar en dag is Eddy Kiemel de technische baas van het zo succesvolle Team 4Mijl met als paradepaardje Thijmen Kupers. Z'n atletiekactiviteiten combineert hij met z'n job als procesverbeteraar bij de Gasunie. Eddy leeft samen in Eelde met Wendy Koolhaas, veelvuldig NK kogelslingeren. Met regelmaat publiceert hij een column voor Sport in Stad