Theo de Topper

Door: Paul Zweverink

Opeens zag ik hem, fietsend tussen Groningen en Eelde. Mijn bijna dagelijkse ritje. Onmiskenbaar, hij maakte een opmerking tegen een dame die wat onhandig deed op haar fiets. ‘Mevrouwtjuuuh….’ . Haagser dan Haags kan het niet, Theo Verlangen dus. Ik zette aan en haalde hem bij. Hij draaide zijn hoofd: ‘Hee Paul, hoe is het noouw’…..

Theo Verlangen van 9 juni 1941. Uit ‘die mooie stad achter de duinnuh’. Het was echt een genoegen hem te leren kennen. Dat zat zo: ik was trainer bij Be Quick A1 (heet nu o19) en voordat daar mijn werkzaamheden in augustus begonnen, kwam het verzoek vanuit het Oosterpark. FC Groningen ging op trainingskamp naar Sportcentrum Papendal nabij Arnhem. Toenmalig assistent Henk Nienhuis zat nog in zijn vakantiehuisje in Rosas (Spanje). Of ik even een tijdje zijn plaats wilde innemen als assistent. Aldus geschiedde, een kort intakegesprek en ik stond naast Theo op het veld.

Hij begon bij FC Groningen als de grote onbekende uit de verre randstad. Heel veel goede ervaringen met trainers uit het westen had de club van het Oosterpark niet. Theo bleek de grote uitzondering. Kwam onervaren en onbemind bijna via de achterdeur binnen, ging een paar seizoenen en een promotie naar de eredivisie later als Theo de Topper door de voordeur naar buiten. Dat was een klein wondertje en heel goed gezien door toenmalig voorzitter Renze de Vries. Theo moest spelvreugde en optimisme terugbrengen bij het toen tobbende FC Groningen. Waarin hij met vlag en wimpel slaagde.

Theo straalde dat uit: optimisme, humor, zin in het leven. Die Haagse tongval, vermogen tot relativeren, maar toch precies weten wat hij wilde. En had ook een beetje het geluk dat een paar aankopen heel goed bleken te functioneren. Neem het fenomeen Peter Houtman. Het was dat eigenlijk beoogde spits Sammy Morgan geblesseerd raakte en er een vervanger moest komen. Dat werd, mede op voorspraak van Verlangen, Houtman, spelend vooral bij de reserves van Feyenoord. Een geweldig schot in de roos. Peter Houtman bleek een heuse scoringsmachine te zijn, nooit weer iemand gezien die zo fenomenaal kon springen en koppen, als kanonskogels vielen ze binnen.

Theo Verlangen was als assistent trainer bij Feyenoord beïnvloed door Vujadin Boskov, de Servische trainer in de Kuip. Een Oostblokker met een harde kop en met een specifieke opvatting over fysieke en conditionele trainingen. Alle spelers van destijds herkennen het onmiddellijk: het beruchte lage, lange springkoord. ‘Tak-tak-tak-tak-tak’, riep Verlangen. Explosief springen, huppen, links, rechts en zo door. Explosieve ultrakorte loopjes, afgewisseld door uitgekiende duurloopjes. Alles volstrekt schematisch, iedereen kon het wel dromen. Maar het werkte als een tierelier, spelers werden zienderogen fit en scherp. ‘Laat gaan die beentjes’, riep Theo Verlangen dan. Zelf vrij klein en gedrongen en korte beentjes.  Zijn oogappel werd naamgenoot Theo Keukens. Zelfde bouw, zelfde beentjes. ‘Een speler met beentjes’ noemde Verlangen de linkermiddenvelder altijd liefkozend.

Dat Theo Verlangen naast een goede trainer ook een levensgenieter was, bleek tijdens het trainingskamp op Papendal. In die tijd was het nog de gewoonte dat er een ‘stapavond’ was tijdens zo’n interne trainingsweek. Na het avondeten op donderdag werden de afspraken daarvoor gemaakt. De spelers zouden vooral met elkaar ergens heen gaan en hadden een avondklok van twee uur. De leiding koos voor een kroeg in Nijmegen. Theo, met wie ik de kamer deelde, sprak me aan voordat we vertrokken. Hij vond dat we wel op elkaar moesten letten. ,,Zodat we allemaal redelijk netjes op tijd terug zijn.’’ Daar kon ik me prima in vinden.

Eenmaal in de feestelijke kroeg gekomen werd het reuze gezellig. Biertje, biertje en nog een biertje. Het bekende werk. Theo Verlangen, toch al niet de meest ingehouden persoon, ging helemaal los. Zijn Haags werd Haagser, zijn stem werd luider. Hij beklom de bar, hij moest het zingen: ‘O, o Den Haag, mooie stad achter….’, enzovoorts. Het gejuich steeg op bij de vele aanwezigen, waarbij weinigen waren die wisten wie die vrolijke aangeschoten Haagse zanger was. Het werd later, Theo genoot van de aandacht en bleef moppen tappen en zingen. Eén uur, half twee, we moesten echt weg. Maar Theo was het kwijt, nam er nog eentje. Ik zag dit mis gaan, belde een taxi. Toen de taxi voor stond, zei ik tegen Theo: ,,Er staat iemand buiten die je moet spreken’’. Gelukkig deed Theo Verlangen dat wat ik hoopte, hij ging naar buiten. Een klein duwtje in de rug en hij zat/lag achter in de taxi. Als een speer terug naar Papendal. Beetje te laat, we waren de laatsten. Theo plofte op bed en was weg.

De volgende ochtend, graadje of 30 op het veld van Papendal. Theo Verlangen, die iets te laat bij het ontbijt verscheen, had het zichtbaar zwaar. De spelers hadden het wel in de gaten, maar tot opmerkingen kwam het niet. Half elf begon de training, de bekende loopjes. Toen maakte Theo een fout, hij ging zitten vlak bij de struiken. En viel opzij….

Ik wilde het loopjesschema verder begeleiden, maar Henk Veldmate zei: ,,Laat maar Paul, we weten precies hoe het gaat.’’. En paar minuten later richtte Theo Verlangen zich weer op. Verschrikt. Vroeg hoe lang hij daar gelegen had. Paar minuutjes maar, zei ik. Theo riep de groep bij elkaar en excuseerde zich. ,,Houden we dit onder ons?’’ Ja, dat deden we, hij had voldoende krediet opgebouwd. Die avond kwam Renze de Vries langs, het gebeuren bleef totaal onbesproken. Theo kennende zal hij zich nu niet meer druk maken over dit kleine misstapje.

Theo Verlangen maakte dat seizoen nog af bij FC Groningen en stapte daarna over naar Cambuur. En later andere clubs waarbij ook Emmen en Veendam. Het grote succes dat hij bij FC Groningen haalde, dat lukte niet meer. Theo besloot zich blijvend in het noorden te vestigen. In Kropswolde. Hij keerde zich vrij snel af van het voetbal, ging vliegvissen. Hij fietst graag, alleen of samen met zijn vrouw. Maar hoe lang ook in het noorden, een echte noorderling is hij nooit geworden. Wie hem hoort praten denkt nog altijd: ‘daar is een sympathieke verdwaalde Hagenaar in het noorden.’


Paul Zweverink

Over Paul Zweverink

Paul Zweverink is ondanks zijn ‘pensionado-schap’ nog altijd langs de velden in de hallen en overal waar sport bedreven wordt te vinden. Hij is freelancer bij het Dagblad, speurt als scout naar talent voor FC Groningen en is bij die club ook intermediair tussen de supportersgroepen en clubleiding. Met regelmaat produceert Paul uiterst lezenswaardige verhalen en columns voor Sport in Stad.