Team 4 Mijl: hoe was het ook al weer

Door: Eddy Kiemel

In tijden van Corona word je als sporter en trainer volledig uit je comfortzone gehaald. Waar er normaal al veel hobbels op de weg zijn, is er nu helemaal geen weg meer. Hoe ga je dan vooruit, waar ga je naartoe en hoe?

Dat leidt erbij mij ook toe om terug te kijken, hoe deden we het vroegen. Kunnen we daar nu nog iets mee? Maar ook: we doen nu dingen waar we anders misschien nooit opgekomen waren waar we in de toekomst ook nog goed gebruik van kunnen maken.

Deze context zorgt ervoor dat ik op de vraag of ik een stukje wilde schrijven over de historie van ons team dacht: dit is een mooi moment daarvoor, ook voor zelf reflectie.

Hoe was het ook weer. In 2003 was ik middellange afstandstrainer van Groningen Atletiek. Ik had een groep atleten, waaronder een aantal ambitieuze en zij wilden meer faciliteiten. Om het even plat te slaan, meer faciliteiten betekent doorgaans meer kosten, meer geld en dus moesten er sponsoren worden gevonden. En dat leert de geschiedenis is in een multi-disciplinaire sport als atletiek binnen een vereniging erg lastig. Dus moesten we een eigen gezicht krijgen. Team Distance Runners uit Noord-Holland gold daarbij als voorbeeld. Een verenigingsoverstijgende organisatie gericht op het laten presteren van atleten. Dat moesten wij ook. Lang verhaal kort, goede afspraken met de vereniging gemaakt en Stichting Team Grunning (let op de woordspeling) was geboren. En binnen een maand waren de eerste sponsoren gevonden. ICT bedrijf Heart Vital (leuk feitje: toen directeur van Heart is nu onze voorzitter) werd naamgever, later werd dit de 4 Mijl, vandaar onze huidige naam. Runnerhardloopcentrum werd onze eerste kleding- en schoenensponsor. Maar inmiddels ben ik er trots op dat Alwin Dijk van RunX (voorheen Runnersworld) en Craft al meer dan 10 jaar onze trouwe partner zijn.

Maar goed, na onze vliegende start op organisatorisch gebied moesten de faciliteiten natuurlijk ook verbeten met als doel: betere prestaties. Dus na het aangaan van samenwerking met Fysiosportief, het aantrekken van meerdere trainers (kracht en revalidatie), moesten de prestaties volgen.

En dit is, als ik terugkijk, toch wel iets waar we trots op mogen zijn. Ik had in 2003 niet voor mogelijk kunnen houden dat we zo succesvol kunnen zijn. En als echte noordeling geniet ik daar misschien wel te weinig van (“kon minder”), daarom is zo’n moment van gedwongen reflectie af en toe wel nuttig.

Ik moest de uitslagen er even op na slaan, maar in het eerste jaar wonnen meteen 4x goud op de nationale kampioenschappen. Is er een causaal verband? Ik denk het niet, de talenten zoals Anita Looper, Frenke Bolt en Dirk de Heer waren er immers als. Dat er daarna nog bijna 200 medailles op diverse nationale kampioenschappen is geen toeval. Daar heeft de ontwikkeling van het team zeker aan bijgedragen. Het succes komt in golven en generaties. Ongeveer elke vijf jaar is er weer zo’n lichting; zal wel iets met studieduur te maken hebben.  Na elke piek ben ik me er van bewust dat het wel weer wat minder zal worden. Maar ik prijs me gelukkig dat er zich elke weer atleten aandienen die we omhoog weten te stuwen tot nationaal en soms internationaal niveau.

We begonnen met de “80’ers”. De eerste nationale titel was in 2004 voor Anita Looper op de 5000 meter (dit herhaalde zij later nog 2x). En in diezelfde lichting hadden we Dirk de Heer en Corine van Beek ook meteen 2 atleten op een internationaal toernooi, de EK-neo senioren. Terwijl Anita Looper ook nog aan EK-crossen deelnam.

Geïnspireerd door Anita, kwam in de volgende generatie Marieke Falkmann naar boven. Ook zij werd Nederlands Kampioene op de 5000 meter. Deze generatie was alweer een stukje beter, in ieder geval getalsmatig, dan de vorige. Met Adrienne Herzog (veelvuldige Nederlands Kampioene), Victor Bouwman, de eerste medaille winnaar voor ons team op de 800 meter en Sjors Kampen, die naast nationale medailles op zowel 400 meter als 800 meter (bijzondere combinatie bij de mannen) ook met de nationale 4x400 meter ploeg een medaille op het EK-neo senioren won. Ook de eerste internationale individuele medaille werd in deze generatie gewonnen. Adrienne Herzog legde in het Spaanse Toro beslag op het zilver bij het EK-cross voor neo-senioren.

En toen stroomden de “90-ers” ons team binnen en hadden we heel veel atleten op nationaal niveau met even zo vele medailles. NK’s waren voor mij als coach slopend omdat ik maar heen-en-weer bleef lopen, vaak hardlopend, tussen wedstrijdbaan en warming-up baan. En die liggen in Amsterdam, waar de NK’s toen altijd waren, niet bepaald naast elkaar (bij het EK in Amsterdam reden er golfkarretjes…). De generatie, waarvan we nu nog een aantal atleten hebben rondlopen was met Marit Dopheide, Machteld Mulder, Thijmen Kupers, Suzanne Voorrips, Elisa de Jong, Frank Blikslager en Wouter Ploeger bijzonder sterk. In de 2010-2012, hadden we daarbij ook nog de uitlopers van de “85-ers” (met Marieke Falkmann, de lange afstandslopers Stefanie Bouma en Olfert Molenhuis) en nog enkele andere talenten (Marlies Huigen en Danaid Prinsen) een ijzersterk team. Achteraf kun je zeggen op dat moment het beste van Nederland. Beter dan dat zou het nooit meer worden was toen mijn gedachte.

Maar als ik dan nu naar het heden kijk denk ik weleens: nou wie weet… Op dit moment hebben we uitloop van de “90-ers”, zoals Thijmen Kupers, Suzanne Voorrips, Marit Dopheide (terug van weggeweest) en Elisa de Jong die op hun top zitten. Maar ook een hele groep toptalenten die aan het doorbreken zijn op nationaal niveau, zoals Niek Blikslager, Tom Hendrikse, Nick Marsman, Job IJtsma, Jetske van Kampen en Lianne van der Belt. Terwijl Jacelyn Gruppen dit voorjaar (in de laatste wedstrijd voor de lock-down) de limiet liep voor de Europese Kampioenschappen (die helaas waarschijnlijk niet door zal gaan) en Leonie van Vliet ook haar pijlen op die wedstrijd heeft gericht. En we hadden ook nog Bram Buigel op de Universiade. Misschien denk ik over een tijdje wel weer: beter dan dat wordt het niet meer…

Ik vergeet voor het gemak nog even een dertigtak deelnames aan internationale titeltoernooien, en een handvol internationale medailles. Dat hadden we in 2003 echt allemaal niet kunnen voorzien, maar als coach ben ik echt trots als ik dingen zie die we niet vaak zien op de atletiekbaan, of bijzondere combi’s. We hebben een team dat topsprinten (Marit Dopheide onderdeel van de Olympische 4x100 meter ploeg in 2012) en marathonlopen (Olfert Molenhuis, Stefanie Bouma deelnemer aan de EK-2014) combineert. En in goed harmonie, dat is wat mij trots maakt. Of dat we bij het NK 800mtr een paar keer de helft of zelfs 1x meer dan de helft van de finalisten hebben. Dan is zelfs deze noordeling trots.

Maar hoe was het ook weer: is nu alles beter dan vroeger? Schaarste maakt creatief. Dus waren we vroeger vast creatiever, en dat is wat we in deze tijden goed kunnen gebruiken. Toch ook nog maar eens graven in de trainingsschema’s van toen. Er zit vast nog wel wat tussen wat ons ook nu beter kan maken, zodat we in het post-corona tijdperk nog sterker zijn dan nu.


Eddy Kiemel

Over Eddy Kiemel

Hij werd in 1991 NK op de 800 meter. Verderop in het leven bekwaamde hij zich als atletiektrainer. Sedert jaar en dag is Eddy Kiemel de technische baas van het zo succesvolle Team 4Mijl met als paradepaardje Thijmen Kupers. Z'n atletiekactiviteiten combineert hij met z'n job als procesverbeteraar bij de Gasunie. Eddy leeft samen in Eelde met Wendy Koolhaas, veelvuldig NK kogelslingeren. Met regelmaat publiceert hij een column voor Sport in Stad