Mijn liefde voor natuurijs

Door: Britt Tjalma

Het is woensdagochtend, 5.00 uur, de wekker gaat, ik heb het even zwaar: elke vezel in mijn lijf roept dat ik nog niet klaar ben voor deze dag. Snel doe ik de lamp aan, om een soort daglicht te faken. Ik probeer mijn hersenen aan het verstand te krijgen dat ze rapido wakker moeten worden, want over 2,5 uur start 1 van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen: de Alternatieve Elfstedentocht 2016.

Een lange zomer vol trainingsuren op skeelers en fiets ging hieraan vooraf. De maanden tussen april en oktober staan voor mij voornamelijk in het teken van Oostenrijk en Zweden. Ik vind schaatsen op kunstijs heel aardig om te doen, gelukkig, want de meeste trainingstijd breng ik door in Kardinge, maar natuurijs, daar gaat mijn hart pas echt sneller van kloppen. Het mooiste is natuurlijk schaatsen op de wateren in Nederland.

Ik heb het geluk dat ik enkele klassiekers heb mogen rijden, zoals de 100 van Earnewald en de Veluwemeertocht, maar over het algemeen moeten we toch de grens over om te kunnen genieten van dit wonder der natuur.

Wat maakt natuurijs zo bijzonder? Eigenlijk moet ik dan beginnen met het beschrijven van een kunstijswedstrijd... Ik doe de hele dag eigenlijk net niks, om niet teveel energie te verspillen, want we hoeven pas ’s avonds aan de bak. We hobbelen een uur rond de baan, doen de warming up en de ploegbespreking en vervolgens rijden we 70 keer in de rondte. Elke 100 meter rechtuit wordt gevolgd door een bocht en dan begint het weer opnieuw. Leuk en aardig om te doen, maar echt mega inspirerend is het niet.

Dan nu natuurijs, want daar gaat het er toch aanzienlijk anders aan toe.

De dames rijden vrijwel altijd voor de heren, wanneer er niet samen gestart wordt. Dit betekent vroeg uit de veren en dus meteen de motor aanslingeren, niet blijven luieren. Een wedstrijddag begint met een wandelingetje in de buitenlucht, om het lijf wakker te schudden. De ploegbespreking hebben we de avond van te voren al gedaan, evenals het doorspreken van het voedingsschema.

Het inlopen gaat een stukje minder makkelijk, omdat we al een dikke laag kleding dragen, dus inschatten hoe soepel de beentjes zijn gebeurt pas op het ijs. Omkleden doen we in tentjes, een boerenschuur of dorpshuis, net waar plaats is. Dit geeft meteen een andere sfeer dan een kleedkamer, ook omdat de mannen en vrouwen vaak in dezelfde ruimte zitten, wat niemand iets uitmaakt, er wordt gewoon lekker geouwehoert.

De eerste kilometers is het aftasten: hoe zijn de benen, hoe gaan de andere meiden over het ijs, hoe is het ijs überhaupt?! Daarna begint de echte strijd, de strijd tegen de elementen, want meestal is het koud en af en toe waait het stevig. De strijd tegen de pijn, want een wedstrijd over 100 kilometer is echt niet fijn voor de voeten en het lijf. De strijd tegen jezelf: tijdens de Aart Koopmans Memorial wilde ik het uitschreeuwen van de pijn, barstte bijna in tranen uit, maar wist mezelf onder controle te houden. Er helemaal doorheen zitten, maar net dat beetje extra kunnen vragen, omdat we hier te maken hebben met natuurijs, het allermooiste wat er is, dat geeft een machtig gevoel.

Doorstoempen tot je in de armen van je begeleiders valt, aanmoedigingen van wild vreemden, bidonnetjes delen met teamgenoten, maar ook kopgroepgenoten, een gevallene aansporen op te staan, ook als ze niet bij je in de ploeg rijdt, omdat je elkaar nodig hebt: er is sprake van verbondenheid, iets wat vaak mist is de wereld van tegenwoordig.

Was er overal maar natuurijs…


Britt Tjalma

Over Britt Tjalma

Ze is geboren en getogen in het zo rustieke Beerta. Woont al vele jaren in Stad en verdient haar euri als consulent bij Sport Drenthe. Haar passie is marathonschaatsen. Met name op door natuur gevormde pistes gaat ze helemaal los. Vorig jaar finishte Britt Tjalma zelfs als tiende in de Alternatieve Elfstedentocht over 200 km op de Oostenrijkse Weissensee. Britt levert met regelmaat een column aan Sport in Stad.