Jan Stalman is eindelijk thuis

Door: Klaas Stoppels

Foto's: (c) Arnold Meijer

 

De liefde voor basketbal bracht Jan Stalman vanuit het pittoreske Wedde naar wereldsteden zoals Belgrado, Alicante en Rotterdam. Na vele omzwervingen en diverse banen is hij nu neergestreken in Groningen en heeft hij eindelijk gevonden waar hij al die jaren zo naarstig naar op zoek was. Een echte fulltime job bij een professionele basketbalorganisatie.

 

Jan Stalman, zag op 29-3-1981 het levenslicht in Wedde. Samen met zijn ouders, een oudere broer en jongere zus beleefde Jan daar een onbezorgde jeugd. Ondanks dat het een kleine hechte gemeenschap was verveelde hij zich daar geen moment. “In Wedde waren er destijds maar 2 keuzes mogelijk voor wat betreft sport, of je voetbalde of je ging op gymnastiek. Voetbal was niks voor mij en dus werd het gymnastiek, nou ja, laten we zeggen motorische ontwikkeling”. Al gauw beheerste Jan de koprol maar voordat Jan zich echt kon gaan toeleggen op gymnastiek verhuisde hij van Wedde naar Stadskanaal. Dat bleek, om even in de gymnastische termen te blijven, een enorme sprong voorwaarts. Van een dorp met 1000 inwoners naar een plaats met bijna 20.000 inwoners, er ging een wereld voor Jan open. Al vrij vlot kwam hij in Stadskanaal in aanraking met andere sporten waaronder basketbal. Ben Wiersema, een basketbaldier uit het Noorden des lands, is een goede vriend van Stalman Sr. en het was Ben die vader Stalman dan ook aanspoorde om zijn zoon eens kennis te laten maken met deze geweldige sport.

Op zijn 9e jaar begon Jan bij de peanuts van Jahn ll, hij kon een aardig balletje gooien en daarom mocht hij in 1994 dan ook als bankspeler mee met het passarelleteam naar de clubkampioenschappen in Bergen op Zoom. Zijn broer, die inmiddels net als zijn zus, ook behekst met het basketbalvirus, speelde vast in dat team. Jan doorliep de hele jeugdopleiding bij Jahn ll. Met coaches als de broers Ben en Nico Wiersema en Harrie Meinders kreeg hij een stevige basis mee. Helaas werd hij in zijn jonge carrière geplaagd door veel knieproblemen wat ervoor zorgde dat hij niet alle seizoenen volledig kon basketballen. Van 1999 tot 2002 speelde Jan bij de senioren van Jahn ll in de 2e klasse en van 2002 tot 2003 in de toenmalige hoofdklasse.

Na met goed gevolg de middelbare school te hebben afgerond toog Jan naar Heerenveen om daar te gaan studeren aan het CIOS. Hij stond voor het eerst op eigen benen en dat beviel eigenlijk wel goed. De nuchtere Groninger voelde zich snel thuis in Heerenveen. “Ik heb niet zoveel nodig, een dak boven mijn hoofd, dan is het al snel goed”. Op verzoek van Jahn ll ging hij doordeweeks trainen bij Dyna. Op de vrijdagen ging hij terug naar Stadskanaal om daar dan nog even de training bij Jahn ll mee te pakken zodat hij op de zaterdagen zijn ‘ding’ kon doen. Het CIOS bood Jan de kans om ook direct met de basketbal opleiding binnen de NBB aan de slag te gaan. In no time behaalde hij dan ook zijn BT2 en BT3 diploma’s. ”In het laatste jaar van mijn CIOS-opleiding woonde ik, vanwege stage, weer thuis in Stadskanaal. Daar heb ik dan ook mijn 1e stappen op het coaching vlak gezet”.  Zelf was Jan, mede door alle knieproblemen, even gestopt met het basketbal en had hij zich volledig gericht op het ontwikkelen van zijn lichaam. Hij was dan ook veel in de plaatselijke sportschool te vinden.

In 2006 verhuisde Jan naar Groningen om te gaan studeren aan de ALO. Daar liep hij ene Shon Price tegen het lijf. Shon speelde op dat moment voor BVG, onder de bezielende leiding van wijlen Bill Pijl en zijn dochter Bianca. Na wat plaagstootjes over en weer van diezelfde Shon Price en Robin Deiman werd hij uitgenodigd om eens mee te komen trainen bij BVG. Jan greep de kans aan en was na de eerste training alweer verkocht. “Ik kwam in een mooi team terecht, werd daar goed opgevangen. En de trainingen van Bill waren natuurlijk goed, veel fundamentals, dat lag mij wel”. Op de vraag hoe hij zichzelf zou moeten omschrijven als speler is het antwoord vrij helder. “Ik was een minder scorende speler maar meer een garbage man. Ik was relatief klein (195 cm) maar vond het geweldig om te rebounden, het vuile werk op te knappen en mijn tegenstanders fysiek en mentaal af te matten.

Hij speelde bij BVG 2 jaar in de hoofdklasse en heeft nog steeds contact met een groot deel van die spelersgroep. “Dat geeft denk ik wel aan hoe hecht we destijds waren”.

Na 2 jaar bij BVG te hebben gespeeld waagde Jan de overstap naar Penta in Drachten om daar op eerste divisie niveau te gaan acteren. Van 2008 tot 2010 speelde hij daar met veel plezier. In het laatste seizoen raakte hij zwaar geblesseerd. “Een scheur in mijn quadriceps betekende het einde van mijn actieve loopbaan als speler. Dat was ook het moment dat ik na ging denken over het serieus coachen van een team”. Bij Penta kreeg Jan de mogelijkheid hoofdcoach van het 2e team te worden. Een team wat voornamelijk bestond uit spelers die op een hoger niveau hadden gespeeld. Dit bleek van beide kanten goed te werken en Jan werd dan ook in zijn eerste seizoen kampioen met deze ploeg door in een zinderde finale de Groene Uilen van good old Arjan (Arie) van Echteld te verslaan. Naast het hoofdcoach schap bij heren 2 werd Jan ook assistent-coach bij het eerste herenteam dat uitkam in de landelijke eerste divisie en onder leiding stond van Tom Simpson. 

Ten tijde van zijn laatste seizoen in Drachten werd in Groningen het RTC opgestart. Deze Groninger Basketball Academy stond destijds onder leiding van Anjo Mekel. Jan was in de periode al actief bij de basketbalschool en stroomde van daaruit door naar het RTC en werd aangesteld als hoofdcoach van de U16. Aangezien Jan steeds meer lol kreeg in het coachen en daar eigenlijk wel mee verder wilde besloot hij om bij de NBB de BT4 opleiding te gaan volgen. Hij bevond zich in goed gezelschap, zo zaten o.a. Harvey van Stein en Robert Tinga bij hem in de klas. “Ondanks dat er best veel studie-uren in gingen zitten ging ik altijd met heel veel plezier naar Nieuwegein waar we diverse workshops volgden. Zo kregen we workshops van bijvoorbeeld Ton Boot, machtig mooi”. In het daaropvolgende seizoen kreeg Jan bij het RTC de U18 onder zijn vleugels. Anjo Mekel, die destijds Jan begeleidde bij de BT4 opleiding werd zijn assistent. Aangezien Anjo de U20 mannen van Donar coachte en Jan graag zoveel mogelijk kennis op wilde doen werd hij naast Bart Prak ook nog de 2e assistent van Donar U20.

Via diezelfde Bart Prak kwam Jan in contact met het basketbal in Servië, bij Rode Ster Belgrado om precies te zijn. Prak ging altijd 2 weken naar Belgrado op trainingskamp en Jan maakte dankbaar gebruik van deze kans. Al snel kreeg Jan door dat deze opleiding een behoorlijke stap hoger was dan in Nederland. “Als je die opleiding vergelijkt met de opleidingen in Nederland dan is het vergelijkbaar met een Zuid-afrikaan die stage gaat lopen bij Sven Kramer. Het gaat daar zo anders. Het grootste verschil in trainingen vond ik wel de aandacht voor de details en techniek. Natuurlijk is er daar meer kennis van het basketbal, maar als je dan hoort en ziet dat ze kijken hoe bijvoorbeeld je handen en vingers staan voor de 1e dribbel na een cross-over, dat vond ik fascinerend”. Terug in Nederland sloot hij weer aan als assistent bij het Donar U20 maar Belgrado bleef door zijn hoofd spoken. Na nog een paar keer te gast te zijn geweest bij Rode Ster trok Jan de stoute schoenen aan en solliciteerde naar een functie op de Academy in Belgrado. Na diverse gesprekken werd hij aangenomen en kon zijn buitenlands avontuur beginnen. Na een aantal weken werd het voor Jan al snel duidelijk dat topsport in Nederland en topsport in Servië niet met elkaar te vergelijken zijn. “Topsport is in Nederland vaak ook nog gewoon hobby. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar topjudoka Henk Grol die minstens even zo hard traint als de gemiddelde topsporter in Servië maar waarschijnlijk zich naast zijn sport ook nog moet focussen op een maatschappelijke carrière. Er bestaat in Servië ook letterlijk een universitaire basketbalcoach opleiding die gewoon 4 jaar duurt”! In Belgrado woonde Jan op een soort campus naast de sporthal. “In datzelfde complex had je naast de sporthal ook alle woonfaciliteiten en scholen. Daaraan kon je wel zien dat ik bij een hele grote organisatie was terechtgekomen”.

Als jeugdtrainer van Belgrado was een van zijn eerste activiteiten het training geven op het zomerkamp van Rode Ster. “Vanuit heel Servië komen gedurende de zomer zo’n 300 kids per week op het zomerkamp. Ze hebben allemaal een shirt met een uniek nummer en uiteindelijk rollen daar zo’n 4 à 5 spelers uit die worden toegelaten tot de academie. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe enorm trots ze zijn als ze worden gekozen. Als trainer heb je daar sowieso een heel andere status als hier in Nederland. Ze behandelen je daar bijna als een soort halfgod”. Jan woonde in een Partizan georiënteerde wijk wat onder andere inhield dat sommige flats aan de onderkant zwart-wit beschilderd waren oftewel in de club kleuren van Partizan Belgrado terwijl in andere delen van de stad de Rode Ster kleuren rood en wit veelal zichtbaar waren. “Tussen de beide teams, Rode Ster en Partizan, heerst een enorme rivaliteit. Ik weet nog goed dat ik terugkwam van een wedstrijd en onder het eerste beste viaduct mijn Rode Ster trainingspak binnenstebuiten aan trok zodat het logo niet zichtbaar was”. Jan vervolgt; ” Het basketbal, de rivaliteit in Belgrado, dat is gewoon een levensstijl. 20.000 man in een stadion die de hele wedstrijd door aan een stuk doorzingen, ME met schilden en automatische geweren, man man, wat een beleving”.  Gedurende zijn avontuur in Belgrado maakte hij kennis met de general manager van Crailsheim Merlins uit Duitsland een team wat destijds acteerde in de Pro A league in Duitsland, Zij waren in Belgrado op trainingskamp en verbleven in hetzelfde complex. Op een zomeravond, na een late krachtraining, ploft Jan nog even buiten neer op een bankje om even van de zwoele Servische avond te genieten. De manager van Crailsheim spot Jan en schuift bij hem aan. Ze kletsen wat over basketbal in het algemeen en over het nog vorm te geven jeugdplan van Crailsheim in het bijzonder. Aan het einde van de avond wisselen ze contactgegevens en houden ze contact. Na enige tijd werd Jan gebeld door Crailsheim met de mededeling dat er een vacature was bij de club. Men zocht nog een een trainer voor individuele fundamentals. Jan had hier wel oren naar en vertrok in 2017 vanuit Belgrado richting Duitsland. Naast het fundamentele aspect werd Jan ook assistent-coach bij de U16 van Crailsheim uitkomend in de jeugdbundesliga. Na een jaar kon Jan een verbeterd contract tekenen maar een eigen team zat er niet in. “Fundamentele trainer was voor een jaar prima maar je wilt de vorderingen van je spelers ook graag terugzien in wedstrijden van een eigen team. Toen dat niet mogelijk bleek ben ik teruggekeerd naar Nederland”.

In mei 2018 keerde Jan terug naar Nederland maar had geen cent te makken, geen huis en dus moest er iets gebeuren. Hij was in de zomerperiodes altijd werkzaam geweest op ‘Kampeerterrein Stortemelk’ op Vlieland. Hij belde zijn oude baas en was binnen 2 minuten de nieuwe badmeester van ‘Stortemelk’. Ook kon Jan op de camping blijven kamperen en had hij dus weer een tijdelijk dak boven het hoofd. Tussendoor solliciteerde Jan zich een slag in de rondte om weer ergens weer aan de bak te komen. Tijdens zijn verblijf in Servië had hij iemand ontmoet van de basketbalschool in Alicante Spanje. Jan mocht daar een week te gast zijn, gaf veel trainingen maar kwam er uiteindelijk niet uit met de leiding van de club en dus keerde hij terug naar Vlieland. Via zijn netwerk kwam hij nog in Italië terecht, draaide daar mee in een basketbalkamp maar een vervolgtraject zat er daar helaas niet in.

Op een dag kreeg Jan een belletje van zijn goede vriend en zeer gerespecteerd hockeycoach Arjen Laar. Hij was werkzaam in Rotterdam en vertelde Jan dat hij een baan voor hem had. Jan kon aan de slag als gymleraar op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen. Jan greep deze kans met beide handen aan. Hij volbracht gedurende de zomer zijn taak als badmeester om vervolgens neer te strijken in Rotterdam. Uiteraard bleef het basketbal trekken en dus zat Jan binnen 2 weken aan tafel bij Feyenoord Basketball. “Via via heb ik mijn CV opgestuurd en werd ik uitgenodigd om op gesprek te komen. Bij Feyenoord wilde men een soort RTC opzetten en ze hadden voor 1 dag in de week een fundamentele trainer nodig. Of dat iets voor mij zou kunnen zijn”.

Dat paste zeker in zijn straatje en daarnaast mocht hij direct aan de slag als videosout bij het eerste herenteam. Toen assistent-coach René Mulder met de kerst vertrok werd Jan de nieuwe assistent bij Richard den Os. Toen ook Richard den Os voortijdig vertrok werd Jan voor de laatste 2 maanden van dat seizoen interim hoofdcoach. “Dat was wel even omschakelen. Ik heb gelijk nieuwe doelen gesteld, van de resterende 6 wedstrijden moesten we 3 winnen om de play-off te halen. We slaagden daarin maar uiteindelijk sneuvelden we in de eerste ronde tegen Leiden”. Ondanks dat Jan de gestelde doelen gehaald had was er nog geen ambitie om nu al hoofdcoach zijn. “Ik denk dat je eerst ergens een behoorlijk aantal jaren bij verschillende coaches op het hoogste niveau moet assisteren wil je ergens als hoofdcoach kunnen fungeren”. Feyenoord deelde zijn mening en trok, wat door sommigen wel de beste coach van Nederland wordt genoemd, Toon v Helfteren aan. Jan ging in gesprek met Toon en vertelde wat hij zoal in basketballand had gedaan. Toon was onder de indruk wat resulteerde in een dubbelrol van assistent-coach en video scout. “Van Toon heb ik ontzettend veel geleerd. Ik nam de 1e 45 min training voor mijn rekening waarin we veel fundamentele oefenstof behandelden. Toon nam het daarna over en gingen we de tactische kant op. Toon was recht door zee en had alles tot in de puntjes voorbereid. Echt een topcoach”.

Feyenoord voelde als een warm bad voor Jan. Een goede organisatie met een familiaire sfeer, hij kreeg er veel energie van en voelde zich helemaal thuis. Maar toen belde Groningen. Martin de Vries hing aan de andere kant van de lijn en vroeg of Jan eens een keertje tijd had voor een babbeltje. Martin vertelde dat ze een nieuwe buitenlandse coach hadden aangetrokken en dat ze graag een Nederlandse assistent-coach wilden hebben. Jan meldde zich in Groningen en had daar een goed gesprek. Na het 1e contact met de nieuwe coach Ivan Rudez hoefde Jan niet langer na te denken over het aanbod en zei meteen ja.  “Ondanks dat ik me bij Feyenoord echt thuis voelde blijf je toch een Groninger, dit is mij stekkie. Daar komt nog bij dat Donar en Feyenoord niet met elkaar te zijn vergelijken. Bij Feyenoord gebeurt alles door vrijwilligers terwijl er bij Donar veel full time personeel rondloopt. Daarmee creëer randvoorwaarden waardoor je beter kunt presteren. Tel daarbij op het verschil in budget en (Europese) ambities en het fulltime bezig kunnen zijn met basketbal. Dat waren voor mij wel doorslaggevende factoren”.

Voor wat betreft de Europese ambities, daar moeten Jan en Donar nog even een jaar pas op de plaats maken en dus ligt de focus nu volledig op het binnenhalen van het kampioenschap en de beker. Gevraagd naar zijn ambities is het antwoord kort maar krachtig. “Over 5 jaar zie ik mezelf als hoofdcoach bij een club in de eredivisie. Ik denk dat ik dan voldoende bagage heb om een echte hoofdcoach te kunnen zijn. Voor nu zit ik prima op mijn plek bij Donar en ga ik er alles aan doen om het maximale uit deze club te halen. Als klein mannetje van 10 zag ik mijn eerste wedstrijd van Donar en nu ben ik er werkzaam. De cirkel is voorlopig toch mooi rond zo”.


Klaas Stoppels

Over Klaas Stoppels

Hij is een geboren en getogen Stadjer. Van jongsafaan besmet met het basketbalvirus. Klaas Stoppels is nu headcoach van Martini Sparks, trainer van jongens u20 HSVB en assistent-trainer van de Basketbal Academy Groningen oftewel RTC. Klaas schrijft met regelmaat over het wel en wee van het Groningse basketballand.