Het zijn geen studenten meer

Door: Dick Heuvelman

foto: Jan Kanning

Het is vrijdag 25 april, des middags om bijna tien over half twee. Op mijn beeldscherm tik ik de volgende voorspelling in: AEGIR WINT DE VARSITY WEER NIET.


Zo, dat staat. Het kostte me trouwens geen enkele moeite u in kapitale letters deelgenoot te laten worden van deze prognose. Daarvoor was hij verre van boud. Is het erg, dat Aegir de Varsity, een van oudsher -anno1878- beladen roeiwedstrijd tussen ’s lands meest traditionele universiteitssteden, gisteren niet heeft gewonnen? Nee, want dat scheelde vannacht een hoop rotzooi in de stad.Wat wel treurigmakend is, is dat ze zich bij Aegir niet meer de moeite hebben getroost een fatsoenlijke ‘oude vier’ op het water van het Amsterdam-Rijnkanaal bij Utrecht te brengen. Dat geeft te denken.

Terecht verzuchtte mijn vader, gepensioneerd botenbaas en erelid van de G.S.R. Aegir, tussen het naar binnen werken van tweekleuren vla (bruin en geel) door: “Waar gaan we naar toe?” Gelijk heeft-ie. Het was hem opgevallen dat zijn ochtendblad helemaal geen voorbeschouwing had gewijd aan de Varsity, terwijl daar vroeger een hele week voor werd uitgetrokken. “Verrek,” zult u als trouwe en attente lezer van de Nieuwsbladsportpagina’s zeggen: “Nu je het zegt… bij jullie stond er vorige week ook geen letter over de Varsity in.”

Klopt. Navraag bij onze toch actieve roeimedewerker leerde, dat hij geen Varsity-artikel zag zitten omdat er van Aegir geen ene moer te verwachten was. Ach, ze deden nog wel me, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Er is helemaal geen goesting meer, zoals Vlamingen dat zo mooi kunnen zeggen. Van de eens zo befaamde Varsity-koorts, die zich in het verleden altijd eind april verspreidde rond de burcht van Vindicat, was afgelopen dagen helemaal niets te bespeuren.

Vroeger kon je als al dan niet toevallige passant op de Grote Markt nooit om het spandoek heen, waarop werd aangekondigd dat Aegir de Varsity weer ging winnen. Een gotspe van jewelste, want Aegir kreeg jaar-in-jaar-uit op z’n bek, zoals verliezen in roeikringen wordt genoemd. Maar dat deed er niet toe. Ook al had je een ‘oude vier’ van lik m’n blazer, dan nog werd er van de corpsbal geëist dat hij bij hoog en bij laag beweerde dat de Varsity zou worden gewonnen.

Bij ons thuis was de Varsity ook altijd dagen van te voren hét gesprek aan tafel. Wat hebben ze voor een ploeg? Is die coach wel goed? Wie zit er op slag? Wat voor boei liggen ze? –met dat soort vragen werd Jo de botenbaas altijd bestookt. Moe Rie was nóg zenuwachtiger. Dat had echter niet zoveel met de spanning rond Aegirs ‘oude vier’ van doen, als wel met haar gerechtvaardigde vrees voor het uitbundige drankgebruik waarmee de Varsity gepaard pleegt te gaan. Was Aegir eens favoriet, dan zei moeder altijd vol scepsis dat “ze wel weer achteraan zouden komen kakken”. Ze hoopte dat ook vurig, want ze kreeg al de zenuwen als ze aan die nachtelijke kroegjool moest denken.

Als botenbaas mocht mijn vader vanzelfsprekend niet ontbreken bij de Varsity, met alle eventuele gevolgen van dien. Er kon op het allerlaatste moment nog een boutje van de boot los zitten en dan moet je iemand bij de hand hebben die kennis van zaken heeft. Met tegenzin ging Jo trouwens ook nooit mee. Daarvoor keek hij bij gelegenheid te graag in het glaasje. Hij kwam nooit met lege handen van de Varsity terug, want het was vaste prik dat ‘Oud-Aegir’, zijnde een verzameling afgestudeerde heren, hem tijdens haar jaarlijkse bijeenkomst voorafgaande aan de Varsity telkens weer verblijdde met een splinternieuwe overall. Daar kon Jo wel weer een jaartje mee vooruit in zijn werkplaats.

Op zijn beurt was vader ook niet krenterig. Als Aegir de Varsity won, zorgde hij ervoor dat er ’s maandags biefstuk met brood op tafel kwam. Ik herinner me dat dat één keer is gebeurd: in 1956. Ik hoor het mijn moeder, opgelucht dat manlief de volledig uit de klauw gelopen partij op de kroeg had overleefd, nog zeggen: “De koningin eet niet lekkerder.”

Die tijden zijn voorbij. Biefstuk wordt nu te pas en te onpas gegeten. Jo is allang geen botenbaas meer en bij Aegir is de Varsity-koorts verdwenen. Hoe treurig het heden ten dage met Aegir in de aanloop naar de Varsity is gesteld, werd vader op pijnlijke wijze duidelijk. Ze hadden hem niet eens meer een uitnodiging gestuurd voor de Oud-Aegirdag, waarop de ‘oude vier’ zich altijd presenteert voor het front van de gesettelde oude hap.

“Alle sporten gaan hard achteruit,” stelde Jo teleurgesteld vast. Moe Rie viel hem bij:”Het zijn geen studenten meer tegenwoordig.”       

 

“Alle sporten gaan hard achteruit,” stelde Jo teleurgesteld vast. Moe Rie viel hem bij:”Het zijn geen studenten meer tegenwoordig.”       


Dick Heuvelman

Over Dick Heuvelman

Dick Heuvelman is synoniem aan Het Sportgeweten van het Noorden. Maar de oud-sportjournalist van het Dagblad van het Noorden, laat ook de landelijke en internationale sport niet met rust.

WEBSITE