Glenn Pinas is een echt mensenmens

Door: Klaas Stoppels

Glenn Pinas is bezig aan zijn 70e levensjaar, een mooi moment om eens een blik te werpen op het verleden en heden van deze bijzondere man en coach. Kortgeleden sprak ik met Glenn met als insteek een reis terug in de tijd waarin veel plaats zou zijn voor de nodige basketbalanekdotes. Dat werd het echter niet. Vanaf de eerste seconde nam het gesprek een heel andere wending, wat uiteindelijk resulteerde in een portret van de mens achter het fenomeen Pinas.  Zo werd er gesproken over de zin van het leven, over wat de mens toch zo uniek maakt, of de reis die je aflegt bestemd of toch onbestemd is en of de vraag over de zins des levens eigenlijk niet veel te groot is. Kortom: een kijkje achter de verf van het schilderij dat Glenn Pinas heet.

We zijn nog geen 10 seconden in het gesprek onderweg of de bekende lach van Glenn buldert al luid en duidelijk door het pand heen. “Moeite met ouder worden? Nee hoor, daar heb ik echt totaal geen moeite mee. Zolang je jezelf maar in shape houdt en dan vooral op het mentale vlak. Hoe ik dat doe? Door dingen te doen waar je hart van open gaat, snap je? Dingen doen die er voor jou toe doen. Natuurlijk weet je dat het ergens eindig is en ja, toen we jong waren stelden we taken gemakkelijker uit tot de volgende dag. Er was immers altijd een morgen. Maar naarmate je ouder wordt kun je de dingen minder goed uitstellen. Misschien is dat stukje bewustwording wel de grootste verandering in dit proces van ouder worden.”

Glenn is geboren in Paramaribo en kwam uit een onderwijzersnest. In Paramaribo genoten Glenn en zijn broer een vrij beschermende opvoeding. “Voetballen op straat? Met moeite hoor. Mijn moeder was doodsbang dat mijn broer en mij iets zou overkomen. Dus pas als de hen niet op de heide zat kon ik buiten ongestoord mijn gang gaan. Mijn vader overleed al toen ik 11 was en mijn broer ging studeren toen ik ongeveer 14 jaar was en dus bleef ik alleen met mijn moeder over. Mijn moeder ging toen weer aan het werk als onderwijzeres voor jongeren met de nodige problemen. Pas veel later bleek dat dit een voorbode was geweest voor mijn eigen maatschappelijke carrière. Doordat ze weer aan het werk was en middag- en avonddiensten draaide kon ik, zonder dat ze dat wist, lid worden van een basketbalvereniging.” Met een vette knipoog en bijbehorende lach vervolgt Glenn: ”mijn oma zat ook in het ‘complot’. Zij deed de was voor mij. Je kon zeggen dat ik al vrij snel doorhad welke mensen ik om mij heen moest verzamelen.”

Paramaribo bevatte (en bevat nog steeds) een ontzettende diversiteit aan mogelijkheden. Van arm tot rijk en alles wat daartussen paste was vertegenwoordigd in de wijk waar Glenn woonde. Doordat moeder Pinas weer aan het werk was, kreeg Glenn langzamerhand wat meer vrijheden en dan vooral in de (basketbal)sport. Vanwege de beperkte mogelijkheden in Suriname voor wat betreft studie en de vooruitzichten op een maatschappelijk carrière, ging Glenn op zijn 18e zijn broer achterna. Die studeerde, net als vele van zijn generatiegenoten, inmiddels in Nederland. “Aangezien Suriname een integraal onderdeel was van ons Koninkrijk en ik de taal kende, lag Nederland voor de hand, want pas veel later werd Suriname onafhankelijk.” Toen Glenn in Nederland aankwam had hij het in zijn hoofd gehaald om het leger in te gaan. Beroepsofficier, dat leek hem wel wat. “Het avontuur trok me,” vertelt Pinas als antwoord op de vraag waarom hij het leger in wilde. ”Het was een keuze, maar niet een heel erg goede doordachte. Na 3 maanden in de opleiding kreeg ik dan ook het advies: ga wat anders doen, je bent veel te speels, dus niet geschikt.” Glenn schiet in de lach. In zijn ogen verschijnt een glinstering. “ik neem je kort even mee, we kregen onze eerste oefening in november. Een veldtrip. Koud dus. Je werd met twee man gedropt, kreeg coördinaten en dan maar lopen. Als je goed kon kaart lezen was het ongeveer 2 uur lopen. Maar ja, ik had nog nooit een landkaart van dichtbij gezien en mijn maatje ook niet. Lang verhaal kort. Als het niet aan de leiding had gelegen liepen we nu waarschijnlijk nog. Tegen 11 uur in de avond waren we er wel klaar mee. We rolden onze slaapzakjes uit onder een groot Mariabeeld. Daar legden wij onze vermoeide lijven te ruste. De volgende ochtend werden we wakker gemaakt door schoolkinderen. Die keken verbaasd naar die 2 militairen en kregen een evenzo verbaasde blik terug.” Letterlijk einde oefening voor Glenn derhalve.

De beroepsopleiding was dus ten einde, maar Glenn vervulde wel zijn dienstplicht en bleef in het zuiden gelegerd. Daar kwam hij, in Weert om precies te zijn, in aanraking met het Nederlandse basketbal. Na zijn dienstplicht toog Glenn naar het Noorden des lands, ging bij zijn broer wonen en was voornemens om te gaan studeren. Inmiddels was de moeder van Glenn ook overleden en dus waren de broers op elkaar aangewezen. Maar naast de relatie met zijn broer waren andere relaties ook belangrijk voor Glenn. “Weet je, als je andere relaties aangaat versterken die je ook weer in wie je bent, wat je doet en waar je uiteindelijk naartoe gaat.” Zoals gezegd ging Glenn naar Groningen om te gaan studeren, maar bij aankomst had hij eigenlijk nog niet echt een idee wat hij zou gaan studeren. Hij had veel verschillende interesses, maar koos uiteindelijk voor de Academie sociale studies. Daar kon hij namelijk verschillende kanten mee op. De kant die bleef trekken was toch het werk wat zijn moeder had gedaan. “Noem het een soort voorbeeldfunctie, maar werken met die ‘moeilijke’ jongens waar mijn moeder meewerkte en die ze weleens mee naar huis nam, dat intrigeerde me. Die jongens keken dan hun ogen uit. Wij waren namelijk een gezin wat elkaar met respect behandelde en waar het rustig was. Dat hadden die jongens nooit gekend. Dat stukje hulpverlening waarin de humaniteit belangrijk was, dat pakte me. Uiteindelijk heb ik dat maar liefst 15 jaar gedaan in het UMCG op de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie. Een periode waar ik met heel veel plezier en voldoening op terugkijk.”

Tijdens zijn studie zette Glenn zijn basketbalcarrière voort in Groningen. Hij zat een blauwe maandag bij BVG waar hij onder andere teamgenoot werd van ene Bill Pijl. Er studeerden in die tijd veel Surinaamse jongeren in Groningen. Zij hadden wat subsidiemogelijkheden om van alles te organiseren. Via een stichting werd er een heuse basketbalvereniging opgestart die luisterde naar de exotische naam Pokai wat overigens niets anders betekent dan papegaai. “We speelden ander basketbal dan dat men in Nederland gewend was. Geen patroontjes, maar op gevoel. En we gunden elkaar de bal. Als jij ‘aan’ was, zorgden we ervoor dat je ‘aan’ bleef. We speelden al vrij snel op hoog regionaal niveau en werden in ons derde jaar dan ook kampioen waarmee we promotie naar de landelijke eerste divisie afdwongen. En dat stelde toen nog echt iets voor hé, dus gewoon ploegen met Amerikanen. Daar zag ik voor mezelf voor het eerst hoe het zou moeten, hoe het kon en hoe je op een creatieve manier de beperkingen om kon zetten in mogelijkheden.”

Bij Pokai zette Glenn zijn eerste stappen op het coaching vlak. Hij volgde Rupport Clements op die assistent-coach werd bij Donar. Glenn had al vrij snel door dat hij het spelletje wel snapte, maar dat het overbrengen van deze materie hele andere koek was. Ook zag Glenn dat het team te groot was voor het servet, maar te klein voor het tafellaken dat eerste divisie heette. “We wilden ons laten gelden en dus bedachten we allerlei acties om ook een Amerikaan te halen. Het lukte ons om de benodigde centen bij elkaar te halen en kwamen via de agent van Lace Strong uit bij John Wallen. Die kwam halverwege het seizoen en aangezien we geen huizen en dergelijke konden bieden, nam ik hem eerst in huis. Dat was best een struggle. John kon de eerste twee weken maar niet wennen aan het dag- en nachtritme van Nederland. Hij belde vaak in de nachten naar huis waardoor mijn telefoonrekening sky high was. Nadat ik hem diverse malen had uitgelegd dat hij dit niet meer moest doen, bleef hij maar volharden in het naar huis bellen. Toen ik hem weer midden in de nacht aan de telefoon hoorde praten, liep ik naar beneden en net voordat ik de woonkamerdeur wilde openen om het gesprek aan te gaan, hoorde ik hem zeggen dat hij niet snapte dat in ons huis blank en zwart met elkaar woonden en leefden. Toen ik dat hoorde ben ik eerst weer naar boven gegaan en toen hij klaar was heb ik met hem gezeten en uitgelegd dat je met een donkere huidskleur in dit land het best een keer lastig kan hebben, maar dat je ook gewoon je kans kon pakken. Uiteindelijk speelde hij maar één wedstrijd voor ons, hij kon hier gewoon niet wennen.”

Na zijn coaching periode bij Pokai kwam hij via Haren bij Meppel terecht. Glenn had altijd al de benodigde drive om te presteren, maar het coachen op het hoogste niveau overkwam hem eigenlijk min of meer. De eerste keer dat hij zichzelf betrapte in het nadenken over coaching op het hoogste niveau was toen hij in de promotiedivisie coachte. “In Meppel heb ik voor het eerst een flard van een gedachte gehad: hé, we zijn nog maar één stap van het hoogste niveau af. Toen we daar uiteindelijk op een plek terechtkwamen, welke recht gaf op promotie, heb ik tegen het toenmalige bestuur gezegd. Luister, mijn taak zit erop, nu is het een wedstrijd van jullie, het bestuur, geworden. Gaan we wel of gaan we niet promoveren.” Uiteindelijk waagde Red Giants de stap naar de eredivisie en zo rolde Glenn de eredivisie in. In totaal was Glenn maar liefst negen seizoenen werkzaam in Meppel. “Toen ik daar begon reed ik drie keer per week op en neer, maar naarmate we steeds op een hoger niveau kwamen gingen we ook meer trainen. Uiteindelijk kon ik het stuk wel dromen, maar het verveelde nooit. Ik kreeg altijd op de een of andere manier energie van Meppel en alles daaromheen. Weet je waarom? Ik ben een mensen-mens. Ik vind mensen om mij heen en daarmee plezier te hebben het mooiste wat er is. Ik heb het nodig om vanuit een soort van ‘echtheidsgevoel’ een relatie met mensen aan te kunnen gaan. Mensen bewust pijn doen kost me dan ook heel veel moeite, sterker nog, mensen bewust pijn doen zal ik nooit kunnen. Ik ben dan ook heel erg bezig met actie en gevolg. Daar denk ik echt veel over na. Als ik nu dit zeg of doe, wat heeft dat dan tot gevolg bij hem of haar.”

Dat echtheidsgevoel kwam ook terug in zijn coaching. “Er was ooit eens een speler die mij één of ander lulverhaal ophing. Hij vertelde mij dat hij niet op tijd terug kon zijn omdat zijn vlucht vanuit Amerika was vertraagd door hevige sneeuwval.  Één druk op de internetknop leerde mij dat zijn vlucht gewoon op tijd was vertrokken. Kijk dan word ik woest. Niet eens zozeer voor mijn eigen persoon maar potverdorie je laat je ploeg in de steek. Daar kon ik zo pissig om worden. Als je als speler er op dat moment voor kiest open en eerlijk te zijn dan gaan we kijken hoe we je kunnen helpen. Dan gaan we schouder aan schouder staan. Maar in plaats van een positieve oplossing te zoeken zocht hij een negatieve oplossing en nam daarmee alles en iedereen mee in zijn negatieve gedachten om uiteindelijk een voor hem ogenschijnlijk positieve oplossing te vinden. Toen hij weer in de zaal stond heb ik hem een vreselijke uitbrander gegeven en de eerstvolgende wedstrijd 40 minuten op de kant gezet. Pas jaren later trok ik de conclusie dat die boosheid, die overigens geheel terecht was, niet de uiteindelijke oplossing had gebracht en dat vond en vind ik nog steeds spijtig. Soms duurt het even bij spelers dat ze gaan snappen welke reis je met hen wil gaan maken. Maar nu nog, 20-30 jaar na dato zoeken spelers contact en zeggen dan, jeetje coach, ik begrijp nu pas waar je met ons naar toe wilde. In mijn beleving zijn er geen goede of slechte coaches. De benaderingen en werkwijze zullen best verschillen van elkaar maar uiteindelijk ben je als coach altijd op zoek naar de verbinding in je team. Wie gaat de reis met je maken, wat kunnen we op die reis tegenkomen maar nog belangrijker wat kunnen we er mee doen”.

In zijn loopbaan was Glenn werkzaam bij diverse clubs op diverse niveaus. Bij ieder team was de basis hetzelfde. Glenn zocht vaak een middenweg als het om hiërarchie ging. “Eerst draagvlak creëren en dan waar het kon in de groep staan en daar waar het moest duidelijk erboven. In de topsport vond ik het niet belangrijk om aardig gevonden te worden. In het normale leven heb ik het ‘aardig gevonden gehalte’ vrij hoog in het vaandel staan. En vergis je niet de verschillen in Meppel en Groningen, de beide eredivisieploegen die ik gecoacht heb, waren immens. Meppel was een vrienden team, daar bleef een deel van de kern van de ploeg waarmee we begonnen waren altijd bij de club. Jongens als Gunnink en Haze bijvoorbeeld. Zij zorgden voor een bijna naturel overdracht naar de zogenaamde imports toe. Zo zijn onze manieren, zo gaan we hier met elkaar om. Diezelfde opvatting hoorde je ook vanuit de omgeving. Later dacht ik er wel eens over na en vroeg mijzelf dan hardop af wat nu eigenlijk belangrijker was voor een team. Maakt het uit in hoeveel seconden je een suïcide kan lopen of hoeveel slides je in een minuut kan maken? Nee, plezier, vertrouwen in elkaar, duidelijk vertellen wat je doelen zijn dat is wat belangrijk is. Doe de dingen die nodig zijn, train ze maar schep er plezier in. Vertel je spelers dat ze samen moeten werken om dingen voor elkaar te krijgen. Dan krijg je vanzelf succes”.

Meppel was dus meer een ‘vriendenteam’. Er bestond daar dan ook totaal geen enkele druk. Ieder resultaat werd gekoesterd. Zodoende kon Glenn in alle luwte bouwen aan iets moois. In het tweede jaar dat Glenn daar coachte haalde men de play-off door in de reguliere competitie als vierde te eindigen. “Dat was me toch een feest! De brandweer moest er aan te pas komen want er zaten veel te veel toeschouwers in het Vledder. We hadden die hut wel 10 keer kunnen uitverkopen”. Maar het behalen van resultaten had in Meppel ook een keerzijde. “Meppel verloor zijn identiteit die ze pas jaren later weer hebben teruggevonden. Nu zijn het weer de Red Giants zoals ik ze van vroeger ken. “Bij Donar was het een heel ander verhaal. Zodra men op het hoogste niveau was teruggekeerd, met uitzondering van het eerste seizoen, moesten we kampioen worden. Geloof me, dat was in die tijd echt niet mogelijk. Pas jaren later, toen de organisatie mee ging groeien met de ambities van de club en doorkreeg wat er bijvoorbeeld aan budget nodig was werd een kampioenschap reëel.  Wat ik wel in mijn periode als coach heb geleerd is dat relaties, waarvan je denkt dat je erop kunt bogen, toch breekbaar en dus eindig blijken te zijn”.

Gedurende zijn jaren in Meppel was Glenn naast het coachen nog steeds werkzaam in het UMCG. In het derde jaar dat Meppel uitkwam in de eredivisie trok Glenn de stoute schoenen aan en ging weer studeren. “In dat laatste jaar Meppel kon ik bij het UMCG met ‘reorganisatie’ ontslag gaan. Ik kon er veilig uitspringen en ben toen rechten gaan studeren. Bij Donar was ik vanaf het begin full time coach en kwam mijn maatschappelijke carrière op een wat lager pitje te staan. Overigens zie ik wel overeenkomsten in het ‘zakelijk’ leven en het leven als (sport)coach. Zodra je met mensen omgaat kom je dat, in welke constellatie dan ook, weer tegen. Ik denk overigens, en dat is misschien wel een hele gewaagde uitspraak, dat ik nu een veel betere coach zou zijn dan al die voorgaande jaren. Ik denk dat ik nu pas doorheb hoe je het op een goede manier zou kunnen doen. Ik denk dat ik het beste uit mensen kan halen door ze een kans te bieden om mee te doen. Ik kan het niet voor ze doen maar ik kan ze uitnodigen om mee te doen. Ik kan ze de handvatten geven die zij nodig hebben om tot een prestatie te komen. Daar zit wel een grote overeenkomst tussen zakelijk en sport. Het aangaan van een relatie dat eigenlijk het voertuig is waarmee je samen die prestatie kunt bereiken. Niet omdat ik het wil of omdat ik het zeg. My way of de high way, je kent die uitspraken wel. En laat er geen misverstand over bestaan, ook ik heb deze gebezigd en dus veroordeel ik ze niet. Maar ik ken ze en ik weet waar ze toe leiden. Ze werken in mijn optiek contraproductief. Het andere, het aangaan van die relatie dus, kost veel meer tijd, kost ook veel meer energie maar als het van jou is dan is het rendement vele malen hoger”.  Wat drijft deze mensen, waarom doen ze wat ze doen, en hoe doen ze dat dan. Je kan dan de spiegel zijn die je ze kunt voorhouden en waarin ze zichzelf kunnen bekijken maar je kunt ook kijken naar hun behoefte. Okay, ik zie wat je wil maar vind je dat reëel? Daarmee plaats je de dingen in perspectief voor de ander en kom je uiteindelijk gezamenlijk tot die prestatie.

Glenn Pinas, een bevlogen coach, een inspiratiebron voor velen maar bovenal een mensen-mens. Iemand die het aardig gevonden wil worden hoog in het vaandel heeft staan. Van Suriname naar Nederland, van het leger tot psychiatrie, van student rechten tot sportcoach. Glenn heeft het allemaal gedaan. Nooit of te nimmer heeft hij zich door welke tegenslag dan ook uit het veld laten slaan. Altijd heeft hij naar eer en geweten gehandeld. Soms met een traan maar vaak met een lach. “Weet je, wie iets echt wil laten slagen vindt altijd wel een weg, wie iets niet wil doen vindt altijd wel een excuus”.

Wijze woorden die passen bij een man van zijn leeftijd. Een man die bijna 70 jaar geleden is begonnen aan zijn reis en die, mede door het mentaal in shape blijven, nog niets aan scherpte lijkt te hebben ingeboet. Zijn reis duurt dan ook hopelijk nog wel even voort.


Klaas Stoppels

Over Klaas Stoppels

Hij is een geboren en getogen Stadjer. Van jongs af aan besmet met het basketbalvirus. Klaas Stoppels was onder meer headcoach van Aris en Martini Sparks. Is trainer van de Basketbal Academy Groningen oftewel RTC Noord. Hij verdient z'n eurootjes als grafisch ontwerper. Klaas schrijft met regelmaat over het wel en wee van het Groningse basketballand.