De avonturen van Dolle Dries op Gronings ijs

Door: Jan A. Van der Veen

Foto: ANP-Archief 7 februari 1991, Raymond Rutting

Heel lang geleden geselde Dries van Wijhe het peloton der marathonschaatsers. Dolle Dries, Keizer van het Kerkdorp en Boemerang waren z'n bijnamen. Ook op Gronings ijs beleefde hij avonturen en stal hij de harten van de liefhebbers. Hij was als marathonschaatser een fenomeen. Overal liet de Dolle z'n rivalen naar adem happen.

Het was een heel koude ochtend een jaartje of 35 geleden. 's Nachts had de vorst toegeslagen waardoor het ijsvrij maken van m'n auto een kwartiertje vergde. Met collega Dick Heuvelman aan boord stuurde ik de bolide naar het Leekstermeer. Daar was een schaatsmarathon over 100 kilometer op natuurijs georganiseerd. Bij aankomst konden we onze ogen amper geloven. Sneeuwschuivers, ijsmachines, maar ook personenauto's reden 'gewoon' op het ijs. Navraag leerde dat de dikte van de ijsvloer wel 30 centimeter was. Betrouwbaar ijs en dus besloot ik dat m'n zware bruine Fiat Mirafiori dan ook maar het ijs op moest.

Dat hebben Dick en ik geweten en het avontuur zullen we nooit of te nimmer vergeten. Wat was er aan de hand? In de voorbabbel hadden we van de organisatoren de namen gekregen van de deelnemende schaatsers. Startlijsten waren destijds nog niet aan de orde. Rijders uit de regio zouden gaan strijden om de beker en geldprijzen. Op het allerlaatste moment hadden zich, min of meer in het geheim, ook nog twee gevreesde schaatsers uit het Oosten des land aangemeld. De twee, Dries van Wijhe uit Kerkdorp en Henri Ruitenberg uit Oldebroek, hadden hun sporen in voorgaande jaren nagelaten in het peloton van de mannen van de lange adem. Zij hadden het stempel van geldwolven en verschenen ook alleen maar aan het vertrek als er startgeld werd uitgekeerd.

Onmiddellijk na de start gingen Dolle Dries en z'n maat er met extreem hoge snelheid vandoor. De overige 43 schaatsers wisten vanaf dat moment al hoe laat het was. De beker, het belangrijkste prijzengeld en verreweg de meeste premies zouden voor Dries en Henri zijn en zo geschiedde. Dick en ik hadden ons verhaal voor het Nieuwsblad van het Noorden uiteraard onmiddellijk in ons hoofd. Tijdens en na de wedstrijd gewoon Dries en Henri volgen en klaar is Kees. Appeltje, eitje. We hadden vanuit de auto voortdurend contact met de twee vagebonden. Immers, we reden met de Fiat aan de binnenkant van de ijspiste. Het waren buitengewoon aangename babbeltjes. Na twee eentonige rondjes, de concurrentie was al helemaal zoek gereden, vroeg Dries of ik ook een cassetterecorder in de auto had. Ik antwoordde bevestigend en kreeg het verzoek om muziek te laten horen.

'Dan benn wie sneller aan de meet en kunn wie naar huus', riep Dries en hij straalde van oor tot oor. En toen maakte ik een foutje. Ik liet de wereldberoemde plaat 'If I had a Hammer' van Trini Lopez horen. Als het lied ten einde was riepen de musketiers telkens eendrachtig 'mooi man, nog een keer'. Het werd al met al een komische beweging. Ruim tweeëneenhalf uur later, zo'n vijftig keer Trini Lopez en na de triomf van Dries en de tweede plaats van Henri, stuurde ik in kennelijke staat de Fiat weer de wal op. Dick en ik waren voor even de weg helemaal kwijt. Dries en Henri waren wel bij hun positieven en renden in gestrekte draf naar de organisatie. Tijd om de prijsuitreiking af te wachten hadden de geldwolven niet. 'We kom eem de premies en startgeld beurn', kraaide Dries met pretoogjes. De envelopjes verdwenen in een ommezien in de broekzakken.

Dick en ik liepen nog even mee naar stokoude Deux Chevaux van Dries. We vielen bijkans om van verbazing. Het was een grote bende. Een bijrijderstoel was er niet. 'Das niet nodig want Henri slaapt altijd achterin', zei Dries met een stalen gezicht. Speurende blikken leverden het volgende op. Zeker tien lege flesjes cola, vuile onderbroeken en idem dito wollen hemden, een apparaat om schaatsen te slijpen, een heleboel zand en een grote doos met condooms. 'Ach, een mens wil wel ies wat', murmelde Dries en hij vertrok geen spier. Het was al met al een belevenis om nooit te vergeten.

Met name Dries was op de ijsbanen, maar ook daarbuiten, altijd goed voor vuurwerk van de bovenste plank. Vele malen in het hele land heb ik hem zien schitteren. Ook op de piste van de natuurijsbaan in het Stadspark in de Stad stal ie altijd de harten van de liefhebbers met machtige demarrages. En als het peloton hem eenmaal, of tweemaal of driemaal tot de orde had geroepen, dacht Dries 'Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks', en ging ie er weer vandoor. En na afloop was het altijd feest. 'Man van het Noorden', zei hij altijd tegen me. 'Maak er maar wat van, Joe kenn mie beter dan ik zelf'. Lange conversaties waren niet aan Dries besteedt. Nog steeds niet. Hij leeft teruggetrokken in een caravan op het erf van de ouderlijke boerderij in het gehucht Kerkdorp.

De levensgenieter bij uitstek is van 20 december 1945, geboren in Oosterwolde. Z'n bijnamen waren 'Dolle Dries', Keizer van het Kerkdorp' en 'De Boemerang'. Dries werd tweemaal Nederlands kampioen op natuurijs, in 1986 in Giethoorn en in 1991 in Ankeveen. Een liefhebber van kunstijs was hij niet echt. Toch won hij in Thialf maar liefst veertien races. Met dat aantal is hij recordhouder op het Friese nepijs. Ook behaalde Dries als wielrenner bij de amateurs het Nederlands kampioenschap op de weg. Op het ereschavot werd hij geflankeerd door de latere professionals Fedor den Hertog en Gerrie Knetemann.

Ronduit legendarisch is het verhaal van de geleende damesfiets. Dries nam deel aan een criterium en reed in gewonnen positie. Twee ronden voor de finish reed ie lek. Een oplossing had ie onmiddellijk paraat. Dries leende een damesfiets en ging toch met de bloemen, een goed gevulde enveloppe en een berg aan prijzengeld aan de haal. Vele jaren na de belevenissen met Dries en Henri op het Leekstermeer dwaalden m'n gedachten weer eens af naar Dries. In Scheemda werd de klassieke Oldambtrit gewonnen door René Ruitenberg, een broertje van Henri en ook opgeleid door Dries.

Direkt na de finish stapte hij op de organisatie af, meldde dat hij geen tijd had om te wachten op de prijsuitreiking en zei 'Ik kom eem de premies en startgeld beurnn". Een herhaling van zetten dus. Mooi volk, Dries en de gebroeders Ruitenberg. Overigens is René sinds enkele jaren in de Heer. Hij predikt vol overtuiging tegen betaling het evangelie en zal ongetwijfeld na afloop zeggen dat hij geen tijd heeft voor de nababbel en dat ie 'eem wil beurn'.


Jan A. Van der Veen

Over Jan A. Van der Veen

Jan van der Veen werkte jaren voor het Nieuwsblad van het Noorden. Daarna als freelance journalist onder meer voor het Algemeen Dagblad, De Volkskrant, KRO, Veronica, Sport7 en SBS om zijn loopbaan vervolgens dicht bij huis af sluiten bij RTV Noord. Altijd in voor nieuwe dingen. Kritisch waar nodig, maar met name enthousiast.