Verdedigen

Door: Henk Mulder

(G)Een dutje doen tijdens het voetballen

Het zijn lang vervlogen tijden dat ik, zij het op zeer bescheiden niveau, mijn post als aanvaller in het voetbalelftal inruilde voor die van leidinggevende in de verdediging. Dat leiding geven viel vies tegen, het verdedigen helemaal. Zo lang ons elftal de bal maar had en er overwicht was op de tegenstander, zag het er allemaal uitstekend en volleerd uit. Maar wee je gebeente als de anderen beter waren en de ene aanval na de andere op ons af rolde.


Het staat me nog heel helder voor de geest hoe moeilijk ik het vond te verdedigen. Als aanvaller had ik me minuten van absolute rust kunnen gunnen. Gewoon een dutje doen tijdens de wedstrijd. Onder het motto: wie doet me wat? Dat sluimeren kon zijn voordelel hebben, vooral wanneer jouw directe tegenstander op enig moment ging mee soezen. Dan kon je toeslaan.

De transformatie naar centrale verdediger veranderde alles. Steeds opletten, geen dutjes meer doen. In je hoofd spookt het continu: wanneer stap ik in, wanneer stuur ik iemand een paar meter rechts, links of vooruit? Voortdurend om je heen kijken hoe de situatie is en welke oplossing die vereist. Ik kon er maar moeilijk aan wennen. Als voorhoedespeler had ik altijd wat neerbuigend gedaan over ‘die mandekkers en balwegtrappers daar achter in’. Dat wil je als voetballer toch niet?

En toen, toen ervoer ik aan den lijven hoe moeilijk puur verdedigen is. De aanvaller kan nog een solistische houding aannemen, de verdediger niet. Die móet communiceren, contact houden, organiseren en zijn keeper vertellen: als jij roept en ik zit er tussen dan moet je mijn kop er af slaan. Je hoort het je zelf zeggen. 

Eerlijk is eerlijk en ere wie ere toekomt, ik ben in die periode eens helemaal duizelig gespeeld. Door Be Quick. Met als hoogtepunt (of dieptepunt, het is maar vanuit wiens standpunt je het bekijkt) een lobje van Edwin Olde Riekerink, oud-FC Groningen, over iedereen in een vol strafschopgebied zo in het netje. Er was geen houden aan.

Ooit noemde de Frans-Argentijnse midvoor Nestor Combin van AC Milan verdedigers ‘die slovers die met hun kruiwagentjes de ballen naar de ‘dravers op het middenveld’ moesten verhuizen. Aan het eind van de tocht kwam de bal terecht in de buurt van het doel, waar ‘dan de mooiste en meest elegante man ter wereld’ verscheen. Combin: ‘Alors, c’est moi!’

Het dedain van de spits voor de verdediger.

Vanwaar deze inleiding? Ik wil het over een van de meest bewierookte verdedigers van het moment hebben. En ik realiseer me maar al te goed dat hetgeen volgt niet ieders goedkeuring zal kunnen wegdragen. Beweren dat Virgil van Dijk helemaal niet zo’n goede verdediger is wordt als vloeken in de kerk opgevat. Toch wil ik die stelling verdedigen. 

Even voor de goede orde, Van Dijk voetbalt op topniveau, waardoor de vergelijking met het voorgaande volledig mank gaat. Wat ik heb willen duidelijk maken is de moeilijkheidsgraad van het spelen in een verdediging. Dat je niet kunt indutten en voortdurend alert moet zijn. Het overzicht moet bewaren, de juiste beslissing nemen. Anders loopt het spaak. Dat valt niet mee.

Virgil van Dijk is uitgeroepen tot beste speler van de Engelse Premier League, hij is aanvoerder van Oranje en staat er qua persoonlijkheid uitstekend op. Hij is een ambassadeur voor het Nederlands voetbal. Geen twijfel over. Dat neemt niet weg dat je er ook wel eens nuchter en kritisch naar kunt kijken. 

Eerst naar balbezit. Wanneer de centrale verdediger van Liverpool de bal krijgt aangespeeld, dan ziet zowel tegenstander als toeschouwer een rijzige speler vol zelfvertrouwen. Hij voetbalt met een Beckenbauer-achtig aura. Bal aan de voet, twee à drie meter schrijdend en dan met een zwierige zwaai van het been gaat de bal naar de medespeler. De klasse straalt er van af. Alleen: op die momenten is er geen tegenstander in de buurt. Van Dijk heeft een goede trap en kan, mede door zijn gestalte, goed koppen. Zowel verdedigend als aanvallend. Bij vrije trappen en corners is hij levensgevaarlijk in de lucht, scoort geregeld. Zoals dit Champions League-seizoen in de uitwedstrijden tegen Bayern München en FC Porto. Kwaliteit, absoluut.

Balbezit haalt het beste in Virgil van Dijk naar boven. Dan kan hij gloriëren als de onaantastbare, de grote. Die rol vertolkt hij met verve. 

En dan rolt de aanval van de oppositie op Liverpool dan wel het Nederlands elftal af. Die situaties brengen ook een gave van de centrale verdediger naar boven. Zolang er maar gelopen wordt met de bal aan de voet is het vrijwel onmogelijk langs Virgil van Dijk te komen. Dribbels tegen hem hebben weinig effect, hij kiest het moment van ingrijpen zorgvuldig en met inzicht. So far so good.

Maar dan komt een van de belangrijkste aspecten van het spelen in het centrum van de achterhoede: het kiezen van de juiste positie en het goed interpreteren van de omgeving en de dreigende gevaren. Daar is deze speler niet sterk in. Terwijl dit nou de dingen zijn waar je als verdediger wèl bedreven in moet zijn. 

Barcelona-Liverpool, halve finale van de Champions League. Het is 3-0 geworden voor de Spanjaarden, terwijl Van Dijks ploeg voetballend helemaal de mindere niet was. Doelpunten maken bleek te moeilijk en tsja, daar gaat het wel om. Barcelona maakte er drie. De laatste was een magistrale vrije trap van Lionel Messi. Daar kan niemand wat aan doen.

Aan de eerste twee wel. Wanneer we daar de loep op leggen kunnen we niet anders dan vaststellen dat Virgil van Dijk zijn ‘dutmomentjes’ heeft.

We gaan terug naar twee wedstrijden van het Nederlands elftal. Frankrijk uit in de Nations League. Olivier Giroud kruipt van achter de rug van Van Dijk met een been voor hem langs. En scoort. Van Dijk heeft voor het fatale moment even geen contact met de Fransman en laat zich verrassen. Hij herkende de precieze situatie en het daarin schuilende gevaar niet. Wedstrijd twee is die tegen Duitsland, het eerste kwalificatieduel voor het Europees Kampioenschap. De Duitsers spelen Oranje tureluurs en rijten de in desorganisatie verkerende Nederlandse defensie keer op keer uit elkaar. Virgil van Dijk, de benoemde organisator, komt te zwemmen als een eend en krijgt nooit controle. Hij dekt voortdurend lucht, zoals dat in het jargon genoemd wordt, en staat er als een amateur bij. Plots geen grandeur, geen glans, geen aura.

Dan weer vooruit spoelen naar Camp Nou op woensdag 1 mei. Barcelona-Liverpool is nog 0-0 en de ploeg van Jürgen Klopp heeft greep op de wedstrijd. Dan rukt Jordi Alba aan de linkerkant op en komt in balbezit. Buiten het strafschopgebied houdt Virgil van Dijk Luis Suárez, erkend sluipschutter, in de gaten. Dat is verdedigen op topniveau. Wanneer Alba aanzet tot het geven van een lage voorzet, neemt Suárez plots de benen. Richting eerste paal. Virgil van Dijk is zojuist ingedommeld en is de Uruguayaan kwijt. Van Dijk schrikt wakker en geeft nog een commando aan Joël Matip, die voor hem staat. Dat komt te laat: 1-0 achter.

In de tweede helft neemt Liverpool andermaal het initiatief, ziet Van Dijk er bij het veelvuldige balbezit ook weer als Beckenbauer twee-punt-nul uit en is de 1-0 achterstand met de thuiswedstrijd op Anfield nog op voorraad. Er is nog geen vuiltje aan de lucht. Nou ja, een kleintje dan.

Tot Barcelona nog eens in het Engelse strafschopgebied verschijnt, Suárez weer eens bij Van Dijk is weggeslopen en tegen de lat schiet. De Nederlandse verdediger denkt even dat zijn tweede hazeslaapje deze keer met een sisser afloopt, maar dan heeft hij buiten de waard gerekend. Net wil hij opgelucht ademhalen als ene Lionel Messi vanuit zijn rug als een duveltje uit een doosje opduikt en gelijk zijn poëtisch ingestelde landgenoot Nestor Combin ‘Alors, c’est moi’ denkt. Virgil van Dijk doet nog één stap, net na het ontwaken, maar realiseert zich tegelijkertijd dat het te laat is. Het is 2-0 voor Barcelona, de finale van de Champions League raakt uit het zicht.

Verdedigen is een vak. Een moeilijk vak. Virgil van Dijk, geroemd als een van de beste – zo niet de beste – verdedigers van de wereld, heeft nog wel wat verbeterpuntjes. Vind ik. Ik weiger als oud-voetbaljournalist en kritisch liefhebber mee te gaan in de overdreven bewieroking van en euforie rond voetballers. 

Virgil van Dijk is een mooi en goed mens. Zijn geste na Duitsland-Nederland naar scheidsrechter Ovidiu Hategan was hartverwarmend. De man had net zijn moeder verloren. Precies als hij zijn trainingsjack over het van kou rillende ballenmeisje Fieke legde. Daar scoor je bonuspunten mee. 

Los van de sociale vaardigheden houden we dan toch datgene over waar het eigenlijk om gaat: verdedigen. Opletten, omgevingsherkenning, adequate communicatie, organisatie. En vooral geen lucht dekken en wakker blijven.

Virgil kreeg uiteindelijk een beetje hulp van ‘boven’. In de return tegen het verafgode Barcelona op Anfield won Liverpool met 4-0 en overleefde daarmee de halve finale. Bij het beslissende vierde doelpunt leek het strafschopgebied op een slaapzaal met in fluorescerend gele pyjama’s gestoken Spaanse spelers. Divock Origi kon zomaar na een slim genomen corner scoren.

Dutten doe je niet bij voetbal en slapen al helemaal niet.


Henk Mulder

Over Henk Mulder

Hij is een oer-Groninger. Geboren en getogen in Winschoten. Henk Mulder schrijft z'n hele leven al over voetbal en aanverwante zaken. Hij is in dienst van het DvhN en struint tegenwoordig door Oost-Groningen. In z'n vrije tijd is Henk bestuurslid technische zaken van het roemruchte WVV. Met enige regelmaat produceert hij een column voor Sport in Stad.